Effe niet te diep

Het moet niet altijd deepsky zijn. Leuk hoor, galaxies bekijken door een open sterrenhoop heen, maar dichterbij huis is ook een hoop moois te zien. Daarom wil ik vandaag toch even een lans breken voor de maan, de notoire deepskyspelbreker, omdat deze zelf ook een erg interessant spel heeft te bieden. Om even in de beeldspraak van mijn vorige verslag te blijven, als die open sterrenhoop, M44, een kroonluchter is in je woonkamer dan liggen die galaxies in Zuid-Europa. Op diezelfde schaal leert een grove rekensom dat de maan dan, nou ja, ik zal maar zeggen, een molecuul proteïne is op het oppervlak van je hoornvlies.

Zondagavond 25 maart 2018

Vanavond is het kraakhelder en de halve maan staat scherp afgetekend aan de hemel. Ik kan de verleiding niet weerstaan en zet mijn grab&go 10 cm lenzenkijker buiten. Ooit heb ik de Lunar 100 uitgeprint en in mijn waarneemmap gestoken. Deze lijst van 100 details op de maan, in toenemende moeilijkheidsgraad, lijkt me een leuke leidraad om de maan te verkennen, want eigenlijk weet ik er nog maar bar weinig van. Vanavond lijkt me een goed moment om daar eens mee aan de slag te gaan.

Goed, ik begin bij Lunar 100 nummer 1: de Maan zelf. Toelichting: grote satelliet. Ja, zo’n joekel lanceren we niet even met een Falcon Heavy. Mijn eerste waarneming van de maan kan ik me niet meer heugen maar de eerste die ik me herinner zal ergens in 1973 geweest zijn, toen ik het gordijn van mijn slaapkamer openschoof en er uren naar keek, tot schrik van mijn moeder die vond dat ik eigenlijk moest slapen. Check.  Nummer 1 kan ik loggen. Nummer 2 is al iets minder triviaal: het asgrauwe schijnsel, geheel correct toegelicht als tweemaal gereflecteerd zonlicht: zon –> aarde –> maan –> aarde. Dit verschijnsel is vooral goed te zien bij een kleine maansikkel, waarbij je de rest van de maan ook heel vaag kunt zien vanwege het licht dat vanaf de aarde op de maan wordt weerkaatst – en weer terug. Daarom staat het verschijnsel ook wel bekend onder de naam earthshine. Vanavond is het niet te zien maar ik heb het al vaak gezien, ook al in jaren ver voor mijn astronomierevival. Check. Nummer 3 is het contrast tussen de maria (meervoud van mare = zee) en de hooglanden van de maan. Ook deze is bekend bij iedereen die de vlekken op de maan ziet, het “gezicht”, het “mannetje” of welke patronen je er dan ook op kunt zien. Check. Toch heb ik hierover vanavond iets bijzonders ontdekt, maar daarover straks meer.

Dan nu het echte werk, waar je wel een telescoop voor nodig hebt. Nummer 4. Behalve een gebergte in Italië zijn de Apennijnen ook een bergketen op de maan, en deze markeert de zuidrand van Mare Imbrium. Ook andere gebergtes die we op aarde kennen hebben een pendant op de maan. De Maanapennijnen zijn een mooi afgetekend gebergte dat een boog vormt om Mare Imbrium en eindigt met een flinke krater. Later blijkt deze krater de naam Eratothenes te hebben.
Vanaf nu sla ik hier en daar wat nummers over, omdat de bijbehorende maandetails zich ofwel in het donkere deel van de maan bevinden, ofwel ver in het lichte deel, waar het minder goed uitkomt. Maandetails zijn namelijk het mooist als ze in of dichtbij de terminator staan, de grens tussen licht en donker. Nummer 7 is daar even een uitzondering op, Rupes Altai. Deze staat in het lichte deel maar deze hoge klif is toch goed te zien. Helemaal in het zuiden van de maan vinden we nummer 6, krater Tycho. Deze is scherp afgetekend, ik heb er even een schematische krabbel van gemaakt.

Nog verder, richting de zuidrand van de maan is de grote krater Clavius te vinden. Het is een karakteristieke krater die zelf een aantal kleinere kraters bevat, ik zie een grote en twee kleinere.

Voor de volledigheid noem ik even nummer 8: de kraters Theophilus, Cyrillus en Catharina. Vanavond zijn die wel goed te zien maar niet zo goed als wanneer ze dichtbij de terminator staan. Mijn eerste kennismaling met dit trio, of beter het duo Cyrillus en Catharina was in 2014 toen ik net de hobby herontdekt had. In het strijklicht leken de twee kraters op een bril, vanwege een kloof die de twee verbindt. Namen van kraters vergeet ik altijd snel maar deze heb ik altijd kunnen onthouden vanwege een ezelsbrug: Catharina was een Russische tsarina, en schreef dus in Cyrillisch schrift.
Nummer 10 is Mare Crisium, en dit is weer een prima blote-oogobject. Zeker wanneer de wassende maan opkomt is deze scherp afgetekende, ronde mare duidelijk te zien als een ronde vlek bovenop de maan, en rechtsboven als de maan eenmaal hoog staat. Ik zou willen zeggen dat Mare Crisium eigenlijk het meest in het oog springende kenmerk van de maan als je hem met het blote oog bekijkt.
Een heel bijzonder detail op de maan door een telescoop is nummer 15, de Rechte Muur of Rupes Recta. Alsof een knappe jonge vrouw een wimper is verloren terwijl ze zich opmaakte en de maan als spiegel gebruikte.

Nummer 18 vermeldt de donkere randen van Mare Serenitatis. Als toelichting wordt gegeven: de verschillende oppervlakken van de maria met verschillende samenstelling. Ik kijken en verhip, er is inderdaad een duidelijk overgang te zien tussen Mare Serenitatis en Mare Tranquillitatis. Mare Tranquillitatis is wat donkerder, en die donkere tint loopt een klein stuk door in Serenitatis. Dit is me werkelijk nooit eerder opgevallen. Het kleurverschil blijkt te maken te hebben met de samenstelling van de bodem in de respectievelijke maria. Deze bevatten relatief hoge concentraties ijzeroxide (FeO) wat ze vrij donker maakt, wat bruinachtig. Maar Mare Tranquillitatis bevat daarnaast hoge concentraties titaniumoxide (TiO2) wat hem blauwachtig en nog donkerder maakt. En verhip, als ik er op let, zie ik inderdaad heel subtiel de wat blauwige kleur.Ook op andere plaatsen op de maan is dit her en daar te zien.

Nummer 19, de Alpenvallei is een lange rechte naaldvormige “barst” in het Alpengebergte ten noorden van Mare Imbrium. Deze viel me de vorige keer toen ik de maan waarnam al op en ook nu is hij goed te zien. Daar in de buurt is krater Plato, die zelf een aantal hele kleine kraters bevat en dat is nummer 83. Ik zie daarvan echter maar één dus dat moet ik nog eens beter bekijken. Wellicht zal ik daarvoor een keer de 40 cm Dob moeten opstellen want ik vermoed dat de optische kwaliteit van mijn bread and butter-refractor daarvoor tekortschiet. Wat deze wel heel goed laat zien is nummer 20, krater Posidonius aan de oostrand van Mare Serenitatis. Hij maakt zover van de terminator niet echt indruk dus die doe ik later nog eens over. Indrukwekkender vind ik de berg Pico, nummer 23, terug in Mare Imbrium onder krater Plato. Deze eenzame berg wordt van de zijkant belicht en daarom is maar een klein deel te zien. Zo ziet hij er uit als een scheefgezakte sneeuwpop met een lange slagschaduw.

Tenslotte vinden we iets leger in Mare Imbrium de grote kater Archimedes, nummer 27 op de lijst. Bijzonder kenmerk van deze krater is dat hij geen centrale berg heeft, zoals bijna alle andere kraters die hebben. Die schijnt te ontstaan door het terugverende oppervlak na de inslag van een meteoor, zoals water een zuil maakt nadat je er een zware steen ingooit. Archimedes moet het dus zonder doen.

Plotseling wordt de maan heel donker. Bewolking maakt een einde aan het waarneemplezier maar morgen is het maandag dus het wordt toch al tijd om op te breken.

 

Maandag 26 maart 2018

Wel drommels, alweer zo mooi helder. Scherp staat de eerder genoemde Mare Crisium afgetekend bovenaan de opkomende maan tegen de azuurblauwe hemel. Al snel zit ik achter de refractor naar Copernicus te  kijken, de vijfde telg uit de Lunar 100-familie,onder Mare Imbrium. Het is een grote krater met een terrasvormige rand en drie centrale pieken: middelgroot, klein en groot. Ongeveer zo: o ⋅ O
Nu ik toch in de buurt ben doe ik ook een poging op nummer 74: Copernicus H. Deze staat omschreven als “Dark-halo impact crater”. Juist ja. Ik kan er geen chocola van maken. En zo houdt een mens nog wat te wensen over voor later,na enige voorbereiding en gewapend met kennis van zaken.
Nummer 26 is dan weer makkelijk: Mare Frigoris, helemaal aan de noordkant van de maan. De koelkastzee strekt zich uit helemaal boven Mare Imbrium en Mare Serenitatis. Boven Frigoris, schuin tegenover krater Plato moet krater W.C. Bond te vinden zijn, nummer 76, omschreven als “Large crater degraded bij Imbrium ejecta”. Bond ziet er uit als een ruitvormige ondiepe krater, die inderdaad soort van ondergelopen lijkt. Shaken, not stirred.
In Mare Serenitatis valt me nu op dat de uitloper van de donkerdere Tranquillitatis zich rondom de onderkant van zijn buurman uitstrekt. Dergelijke overgangen van donker naar donkerder zijn ook te zien in de maria Fecunditatis en Nectaris.
Tenslotte valt me bij krater Clavius nu op dat hierin nog meer kleinere kraters te zien zijn die ik blijkbaar gisteren heb gemist. Misschien door de opgeschoven terminator? In elk geval zie ik nu twee grote kraters,waar een van die twee het begin is van een boog van vijf, en grootte afnemende kraters is. Alsof er iets in Clavius is neergestort dat heel hard om zijn as roteerde, loodrecht op de richting van inslag, en zo een boog vormde. Ik weet niet of die theorie verstand maakt maar in elk geval is het een heel bijzonder gezicht.

Bewolking waakt vanavond opnieuw over mijn nachtrust dus ik moet een eind breien aan de sessie. In elk geval ben ik een stuk enthousiaster over de maan dan voorheen, hoewel een lekkere portie deepsky natuurlijk ook niet is te versmaden. Alles op z’n tijd.

Deep beyond deep

Vrijdag 16 maart 2018

Wanneer ik Maastricht nader breekt de lucht en maakt de donkergrijze miezerregenlucht plaats voor lichtgrijs met zelfs een enkele blauwe plek. Wanneer ik voorbij Sedan even stop en mijn roaming mobiel internet aan de praat heb stroomt er een hele reeks berichten binnen van waarneemmaten die al in Grandpré zijn gearriveerd dat het er prachtig is. Bij aankomst zet ik mijn telescoop net als de anderen dan ook meteen in het veld.
Helaas blijkt het een loze belofte, bij het vallen van de schemering trekt cirrus binnen vanuit het zuiden. Dat kan niet verhoeden dat Nathan Venus en Mercurius heeft gespot. Mercurius staat een stuk hoger dan Venus, en dat vind ik maar curieus. De planeten zijn mooi zichtbaar door Nathan’s verrekijker op statief, en in zijn Dob is mooi de sikkelvorm van Mercurius te zien.

Wanneer het echt goed donker wordt is de zuidelijke helft van de hemel al bijna dicht; alleen een waterige Sirius en de andere sterren van het winterhexagon prikken door de sluier. Inmiddels zit iedereen al binnen aan het bier aan de pokertafel. Iedereen?
Nee, één eigenwijze gek blijft tegen beter weten in weerstand bieden aan de bewolking en gaat gewoon even Sirius B proberen. Zonder resultaat helaas, en al snel blijkt ook waarom: Zelfs Rigel B is maar nauwelijks te zien, en het Trapezium in de Orionnevel al helemaal niet. Vast iets met transparantie enzo. Maar ik heb niet voor niks zitten collimeren en de zoeker en RDF uitgelijnd. Dat bier loopt niet weg.
Enige mijmeringen later valt me op dat Orion toch een pak beter te zien is dan een kwartier geleden. Hogerop in de hemel ziet het er nog beter uit en vooral om en nabij Gemini lijkt het opeens goed opengetrokken. Ik aarzel geen moment en leg aan op M35. En nu weet ik meteen waarom ik ook alweer naar Grandpré ben gereden want deze donkere hemel staat het open cluster prachtig. Als Abraham een 16″ Dobson had gehad in de woestijn dan had hij alleen maar op M35 hoeven mikken om al uitgeteld te raken van het tellen van zijn nageslacht. En als hij alle sterren van de Messier al had kunnen tellen dan was hem ongetwijfeld nog die mysterieuze vlek opgevallen voorbij een Y-vormig asterisme. Ongetwijfeld had hij dan doorvergroot op NGC2158 tot 225x om deze prachtig op te lossen en was hij steil achterover van zijn waarneemstoel gevallen om zijn ontelbare kinderschare. En dan zullen we hem nog maar niet de ware aard verklappen van andere vlekken waarmee de hemel bezaaid is. Bijvoorbeeld in Ursa Major, maar daarover straks meer.

Nu lijkt het erop dat het doek definitief is gevallen voor vanavond want ook de noordelijke hemel trekt dicht. Ik besluit dat het mooi is geweest en bovendien heb ik nu best zin in een goudgele rakker. Ik neem dan ook de Harroscope minus volgplatform in de Rautekgreep om deze van het waarneemplatform naar binnen te verplaatsen. Net voor ik naar binnen wil komen TomC en iemand anders naar buiten omdat het helder zou zijn geworden? En bij nader inzien, rondom de Grote Beer begint het weer open te trekken. Goed. Dat bier loopt niet weg.

Enige minuten later staat de Dob weer opgesteld, deze keer op het terras direct achter het huis. Mijn maten haken al direct af en ongelijk hebben ze niet want de transparantie houdt niet over, er zit toch heel wat sluier. Toch ga ik het proberen, en ik begin bij NGC3898, in de pan van Ursa, in de buurt van Phecda. Het stelsel is duidelijk te zien, rond met een heldere kern. Nog dichter bij Phecda stuit ik op NGC3998, een ellips met een buurman die maar amper is te zien: NGC3990. Wie had dat verwacht, zowaar een bijvangst bij een Herschelhap. De laatste H400 die ik nog in beeld krijg is NGC3982, ditmaal weer een ronde pluis met een blanke pit.
Nu trekt het echt dicht en ik ben het nu zat. Tien minuten later staat de Dob in de gang en zit ik met een Hertog Jan in de warme kamer. Tijd voor napret, het uitwerken van de schetsen van de vorige keer Dijkgatsbos.

Zaterdag 17 maart 2018

Helaas kom ik die nacht moeilijk in slaap, en slaap de volgende ochtend een gat in de dag en in de planning van TomC, die een workshop schetsen zou houden. Gelukkig is de maestro geduldig genoeg om op me te wachten en de workshop blijkt uiterst leerzaam, waarvoor nogmaals dank! De rest van de dag houd ik me onledig met het vervangen van de motor van het volgplatform en het schrijven van het vorige waarneemverslag. En vooral lekker chillen. Het orakel Alexis voorspelt niet veel goeds voor zaterdagavond en zondagavond wordt al niet beter. Daarom besluit ik een dag eerder uit Grandpré te vertrekken want in Nederland wordt het zondagavond naar verwachting wel helder. Vandaag kan ik nog van het besneeuwde landschap genieten.

Zondag 18 maart 2018

Na een vlotte rit ben ik om drie uur weer thuis. Nadat ik vrouw en kinderen heb overtuigd van het nut van mijn missie naar Grandpré door middel van pains au chocolat en appelbeignets uit Grandpré is het alweer snel tijd om te vertrekken naar het Dijkgatsbos. Daar kom ik tegen negen uur aan, en het is echt prachtig helder. ArnoMark, ook vandaag teruggereden uit Grandpré, is al aanwezig met de fotosetup. Een mooie plaat van de Flame Nebula en een van de Paardekopnevel zijn al binnen; op het display van de camera ziet het er al veelbelovend uit. De eindresultaten mogen er ook wezen, zo zal later blijken.
De wind valt mee, vooral met strategisch geparkeerde auto’s. Collimeren en uitlijnen van de zoeker is snel gebeurd en het is tijd voor het eerste project: galaxies voorbij M44, een cosmic challenge uit het gelijknamige boek van Harrington. Een deepsky-object met daarachter een reeks deeper-sky-objecten.

M44, het Beehive Cluster in Cancer, is natuurlijk snel genoeg gevonden want daar is onder de hemel van het Dijkgatsbos geen optiek voor nodig. En dat is natuurlijk gelijk de moeilijkheid bij het vinden van galaxies daarachter, want die mooie kroonluchter schittert vrij fel in het oculair van een 16″ Dob, wat het zoeken naar vage pluizen wat lastig maakt. En dat is natuurlijk ook de challenge van deze cosmic challenge. Helaas ben ik niet zo slim geweest om het boek of een uitgeprinte scan van de betreffende pagina’s mee te nemen, waarin de stelsels beschreven staan. Dus doe ik het met SkySafari, en ik begin in het hart van M44. Daar staat PGC 4546044 aangegeven, en die zie ik niet. Nou ja, even denk ik hem te zien, maar het lijkt meer op reflecties van twee heldere sterren van M44 aan weerszijden, en misschien gezien is niet gezien. Achteraf blijkt dat terecht want zelfs op astrofoto’s en in Aladin is de zevencijferige PGC niet zien. Evenmin als in het boek van Harrington trouwens. Vandaar dus volgende keer die scan.
Wat wel te zien is, even buiten het hart van M44, is IC2388, een klein ovaal stelsel dat met vier sterren een [ vormt. Verder naar buiten, helemaal aan de westrand van M44 vind ik NGC2625, een face-on-stelsel met een helder pit. Buurman NGC2624 laat zichzelf iets meer en profil zien. Iets terug naar het centrum van de Beehive zoek ik naar het paar PGC 24284 en PGC 2800946. Hier moet ik wel even stevig perenveren voor ik wat zie, maar warempel, uiteindelijk zie ik wat verschijnen, dan op de ene plek, dan op de andere. Skysafari laat het duo zien als twee edge-ons die vrijwel haaks op elkaar staan. Die vorm kan ik niet ontwaren maar het zijn er wel duidelijk twee. In Cosmic Challenge blijken de twee te luisteren naar de illustere naam CGCG 89-56. Catalog of Galaxies en Clusters of Galaxies. De Kat Krabt de Krullen van de Trap.
Bizar idee, dat je door een open cluster zit te kijken naar een stel galaxies die vele malen verder weg staan. Ik heb eens een eenvoudige rekensom gemaakt, op basis van de afstand van M44 (570 lichtjaar afstand) en die van de stelsels (honderden miljoenen lichtjaren afstand). Als je M44 op schaal zou vergelijken met een kroonluchter in je woonkamer in Amsterdam, dan sta je dus door die kroonluchter heen te kijken naar Parijs, Lyon, Barcelona en Málaga. Even voor het idee.
Aan de andere kant van het hart van M44 prijkt IC2390, al prijkt hij in bescheidenheid want het stelsel is netaan te zien. Een stuk lumineuzer is NGC2647 aan de oostrand van de open sterrenhoop. We hebben hier weer te maken met een face-on-galaxy met een heldere kern.Tenslotte richt ik de blik nog op het zuidelijke gedeelte van M44, met de 8 mm Planetary overigens, net als in de gevallen hierboven. Daar kan ik met enige moeite UGC4526 ontwaren: een naald die lijkt te staan tussen een ster en een dubbelster, waardoor het geheel er ongeveer zo uit ziet: ·· 0 ·, waarbij die 0 een stuk smaller is dan een 0. En die smalle 0 intrigeert me. Wat zou daar plaatsvinden? Zouden ergens, op een planeet in dat stelsel, twee vrienden in een café het glas heffen op een geslaagde Messiermarathon, hoe die lijst er daar dan ook uit zou zien? Zou in UGC 4526 een verlegen jongen met bonzend hart zijn liefde verklaren aan het meisje waar hij al een jaar verliefd op is? Zou een apetrotse vader in het verre stelsel zijn dochter van haar fiets tillen en boven zich zwaaien nadat ze voor het eerst zonder zijwielen heeft gereden? In die nauwelijks waarneembare vlek in het oculair van de 16″ Harroscope? Of vinden daar louter astrofysische processen plaats? We zullen het waarschijnlijk nooit weten. Wat ik wel weet is dat ik het het flink koud heb en dat ik zin heb in een bak hete koffie.

Zo, dat smaakt. Evenals de keihard bevroren stroopwafel, en ik heb ook nog wel zin in een paar sappige Herschelhappen. Die ga ik vandaag opzoeken in Leo, die inmiddels mooi hoog staat. Ondertussen heeft ook een derde Grandprévervroegdverlater zich bij ons gevoegd in de vorm van Roeland, die eerder in de Oesterput in Zeeland bewolking trof.
De reis voert vanavond naar de achterpoot van de Leeuw en een klein eind daaronder kom ik NGC3521 op het spoor, een stelsel met een helder kern en, als ik mijn eigen handschrift correct teruglees, enigszins langwerpig. Iets hogerop kom ik de volgende Herschel 400 tegen in de vorm van NGC3640, deze keer met een leuke bijvangst. NGC3641 staat zowat tegen zijn eennummerlagerige buurman aan maar ook de ovale NGC3630 laat zich zien. Mijn spijkerschrift suggereert dat ik ook nog NGC3613 heb gezien in deze buurt maar dat kan niet want die staat in Ursa Major. Waarschijnlijker is dat het gaat om NGC3643 of ik mag een ajuin wezen. Ik heb er zelfs nog iets naast gekrabbeld dat de vorm van het object moet voorstellen met veldsterren, maar naast mijn handschrift helpt ook een haperende pen niet mee – waarschijnlijk door de vrieskou. Volgende keer gewoon een potlood gebruiken. Het duo NGC3640/41 vind ik leuk genoeg om er een iets uitgebreidere krabbel aan te wijden; de enige vanavond want meer gaat niet met bevroren fikken.

Hogerop in de Leeuw, net onder Chertan, staat NGC3593, haaks op een asterisme van een dikke en twee dunne sterren op een rij. Dit is een mooi groot, ovaal stelsel met een heldere kern en een halo die mooi uitloopt in de hemelachtergrond. Aan de andere kant van het tjing-tjing-boem-asterisme staat natuurlijk het prachtige Leo-triplet, M65-M66-NGC3628. Dit is even genieten, zowel in widefield met alledrie de stelsels in beeld, als individueel onder een sterkere loupe. TomC heeft hier pas een stel schitterende schetsen van gemaakt; ik houd het even bij deze gestileerde versie:

/ /

_

Hoger nog in de Leeuw, daar waar de rug overgaat in de volle maan, is het ovale stelsel NGC3655 te vinden, terwijl ten zuidoosten daarvan NGC3810 een mooie ronde pluim is aan des leeuwen staart. Dit vrij grote galaxy lijkt zelfs wat detail te tonen; ik durf niet te beweren dat ik spiraalarmen zie maar wel iets van helderheidsverschillen of concentrische cirkels.

En dan is het showpiece-time. Het is alweer ruim na twaalven, ArnoMark is inmiddels naar huis gegaan. De kou en vermoeidheid beginnen hun tol te eisen. Dus nog even knallen en dan de warme auto in. M81 en M82 blijven twee juwelen aan de hemel, zeker in een beeldveld met NCG3077. Bij 225x kijk ik nog eens goed naar de ovale M81, en even lijk ik een soort opgerolde vorm te zien. Het wekt bijna de suggestie van spiraalarmen maar dat kan natuurlijk niet bij een elliptisch stelsel. Het wordt tijd dat ik eens een eind aan ga breien aan deze sessie want ik begin nu dingen te zien die er niet zijn.
Maar zo makkelijk weet ik me niet los te scheuren van mijn kijker, eerst moet M101 er nog even aan geloven. Dat ding is vrij zwak maar wel groot, en ook hier lijkt wel wat structuur te zien. In overtreffende trap geldt dit natuurlijk voor M51, en hier zijn de spiraalarmen zelfs voor mij onmiskenbaar: een duidelijke S-vorm met hier en daar verdikkingen, stukken die helderder zijn dan de rest.

In mijn ooghoek valt me een heldere vlek op aan de hemel en dat is Melotte 111, het Coma Star Cluster. In de zoeker alias Gropescope is het V-vormige cluster prachtig te zien. Ik denk zelfs aan een schets maar dat gaat hem met koude handen niet worden. In plaats daarvan mik iok tenslotte nog even op het Virgocluster en maak een nachtwandeling langs Markarian’s Chain. Daar vallen me nu ook twee stelsels op dichtbij M84 en M86, die ik volgens mij nog niet eerder heb gezien: NGC4387 en NGC4413.

Het is een uur geweest en ik begin het wat fris te krijgen. Tijd om afscheid te nemen van Roeland en voor de warme auto. Toch mooi vier uur kunnen waarnemen onder een prachtig heldere hemel. De rit naar Nederland is het waard geweest.

Maandagavond 19 maart

Gelukkig voor degenen die tot dinsdag in Grandpré konden blijven is het daar een prima nacht. Het wachten is beloond. Zelf met ik dinsdag weer werken maar het is helder dus ik besluit deze avond de Dob in de tuin op te stellen. De spiegelbak gaat al voor het eten acclimatiseren; de rest volgt wanneer bij het vallen van de schemering blijkt dat de heldere hemel blijft. Even de verwachtingen aanpassen aan een thuissessie; deze keer geen diepe galaxies en interessante bijvangsten maar gewoon even ongecompliceerd Herschelhappen. In de Grote Beer gaat dat altijd uitstekend en ook Leo staat hoog genoeg boven de lichtkoepel van Leiden om met succes galaxies waar ten nemen, albeit zonder veel detail. Mijn waarneemlijst voor deze avond bevat een veertiental galaxies, voornamelijk langs de achterpoot van de arme Callisto die door jaloerse Juno in een beer werd veranderd en door Jupiter samen met haar zoon Arcas aan hun staart de hemel in werd gesmeten om ze te behoeden voor verdere wraakacties van vrouwlief.

Hoog, grofweg midden boven de pan is NGC3945 te vinden. Samen met een boog van drie heldere sterren van toenemende helderheid lijkt het stelsel wel de pootafdruk van een beer te vormen, Op 225x is een mooie ovaal met heldere kern te zien. Een stuk lager, iets onder Phecda, pronkt NGC3953, ook weer een aardige ovaal. In het widefieldoculair pronkt hij zelfs wat prominenter dan de uiterst zwakke M109. Hey, toch nog een bijvangst vanavond. Verder omlaag is de langwerpige ovaal NGC4026 heel duidelijk zichtbaar, met een dito langgerekte kern. Een heel stuk minder duidelijk is NGC3726, nog een end lager bij de knie van Ursa’s achterpoot. Maar hij is wel groot. Nog zo’n fuzzy is NGC3877, vlakbij de kniester. Ik moet toch eens leren schrijven, maar gelukkig kan ik net teruglezen dat ik mijn CLS-filter heb gebruikt, voor dit stelsel en alle volgende. Eerst kwam ik tot de conclusie dat dit filter vanavond niet helpt, totdat ik erachter kwam dat ik de CLS had opgeborgen op de plek van de OIII en vice versa. Goed, het CLS-filter blijkt prima te werken voor galaxies vanuit de stad, zolang het een CLS-filter is. NGC3877 toont zich als een spookachtige, ovale gloed. Spookachtig en ovaal is ook NGC3893, even boven de knie. In de knieholte zit NGC3949 verstopt, ook een lichte ovaal stelsel maar met een duidelijk afgetekende kern.
Verder naar beneden weer, kom ik NGC3938 tegen, maar daar moet ik goed voor kijken want het stelsel is niet meer van een amper zichtbare maar omvangrijke vlek. Een stuk duidelijker is het langwerpige galaxy NGC3675, dat ook alweer in een berenpootasterisme ligt, en bij de gebruikelijke 225x naast een heldere veldster aan een uiteinde. Lager, aan het scheenbeen van de omgekatte Callisto ligt NGC3665 die face-on-rond is maar ondanks dat ook heel duidelijk, met een heldere kern een mooi naar buiten vloeiende halo. Ook heel duidelijk is NGC3941, die op een versie van NGC3665 lijkt die door een goed uitgeruste ATMer tussen de bankschroef is gedraaid getuige zijn ovale voorkomen. Het laatste stelsel van vanavond in Ursa Major is NGC3813. Dit is weer een vage rakker; hij is amper zichtbaar met zichtbaar genoeg om langwerpig te zijn.
Net over de grens met Leo valt het starhoppen me zwaar maar gelukkig weet ik na enig zoeken toch NGC3900 te vinden, een klein stelsel dat zich toont als weer een spookachtige gloed. Tenslotte zoek ik naar NGC3912, het laatste object op de lijst van vanavond, maar het wil niet lukken. Ik zoek en vind de locatie, hoewel ook de sterren steeds vager worden. Als ik even omhoog kijk naar de hemel zie ik waarom: er is al enige tijd sluier binnengetrokken, nu gevolgd door echte bewolking. Einde oefening voor vanavond, nu begrijp ik ook waarom die starhop zo lastig ging. Jammer deze cliffhanger, maar volgende keer staat hij met stip op de waarneemlijst. Misschien wel weer onder een donkere hemel op een plaats als het Dijkgatsbos, en dan eens kijken of NGC3900 daar dan ook nog zo vaag is.

In elk geval heb ik een goede avond gehad, en gisteravond ook. Ondanks dat mijn rit naar Grandpré weinig waarneemresultaten heeft opgeleverd, ben ik uiteindelijk toch dik tevreden over dit weekend. Toch de gezelligheid met de waarneemmaten uit het Dijkgatsbos en die uit Vlaanderen, en een hoop geleerd over de schetskunst. Met als grand dessert toch nog twee mooie avonden. Tot ziens weer in april 🙂

De Pan van Dora

Leiden, zondagavond 11 maart 2018

Kort maar hevig. Het ziet er in de middag goed uit dus de spiegelbak van de Dob mag voor het eten alvast buiten afkoelen. Na half negen is het astronomisch donker en ik ga even lekker ongecompliceerd shoppen in de 400 van Ome Willem. De Beer staat er al mooi voor maar ik begin even met het Object van de Maand: NGC3079. Het resultaat: een streep die onder een driehoek van heldere sterren hangt. Niet spectaculair maar toch in de maand van het object van de maand het object gezien. Later eens kijken of het onder een donkere hemel kan.

Dan de Herschel 400. Ik begin tussen Merak en Dubhe. NGC3610 is gelijk raak, een mooie ronde vlek met een heldere kern. In de buurt staat NGC3613, dit stelsel is wat ovaler. Nog iets verderop moet NGC3619, maar daar moet ik echt mijn best op doen. Uiteindelijk zie ik hem wel opflitsen, eerst als stellaire pit, dan als heel zwakke vlek. Ondertussen wordt het steeds heiiger, en dat merk ik als ik NGC3631 en NGC3729 wil proberen. Dat gaat dus niet meer, er begint nu echt bewolking binnen te trekken. Einde oefening.

 

Dijkgatsbos, woensdagavond 14 maart 2018

Zondag was het oefenen, nu is het menens. Het ziet er prima uit voor deze avond en ik kan op tijd weg, dus tegen half negen kom ik aan in het Dijkgatsbos waar Martijn, Esther, Youri , ArnoM, en Jan al zijn gearriveerd.
Zoals wel vaker heb ik vanavond even tijd nodig om op gang te komen. Geeft niks, ik heb de tijd. Collimeren is een kwestie van twee minuten maar het afstellen van de RDF en zoeker heeft wat meer voeten in de aarde. Ik neem Merak als referentie omdat ik daar toch ga kijken, maar twijfel of ik de juiste ster wel in beeld heb. Totdat in het oculair spontaan M97 in beeld verschijnt. En jawel, na even scrollen verschijnt ook M108 ten tonele in hetzelfde beeldveld. Mooi, dan zit ik in elk geval in de buurt. Na nog wat geklungel staan de RDF en de zoeker goed.

Nadat ik mijn thermoskan heb omgeschopt waardoor het binnenwerk aan smithereens ligt en ik tot twee keer toe m’n kop stoot aan de openstaande achterklep van de auto is het geklungel weer klaar voor deze avond. Het genieten kan beginnen.

NGC3079 snel gevonden. Enneh, die ziet er onder de hemel van Dijkgatsbos even iets anders uit dan thuis. De halo is helderder en strekt zich een heel pak verder uit. En wat me direct opvalt: hij is krom. En niet zo’n beetje krom, maar Chiquita-krom. Om er zeker van te zijn dat ik me het niet inbeeld roep ik buurvrouw Esther erbij en vraag of haar iets opvalt. Het antwoord: “Hij is krom!”. Mijn eerste indruk lijkt op niet geheel hallucinogene grond te stoelen. Ook anderen bevestigen het beeld.
Daarnaast valt me op dat de zuidelijke uitloper van de halo langer is en de noordelijke een pak helderder. De kern is wel duidelijk helderder dan de rest.

Ondertussen hoor ik Martijn over een buurstelsel, NGC3073, waarvoor dank. Dit stelsel valt in mijn schets buiten het beeldveld maar ik zie hem heel duidelijk.

Een waarneemlijst heb ik niet, ik ga vanavond gewoon lekker Herschelhappen. Alle H400s die nog niet mijn oculair zijn gepasseerd zijn galaxies tussen Merak en Spica. Mijn plan is om eens flink huis te houden in die lijst, maar van dat plan blijkt niets terecht te komen. Ik kom niet verder dan vijf H400s, maar dat is om een uiterst plezierige reden. Het blijkt namelijk, als je met een 40 cm gaat galaxyhoppen in de Steelpan, dan een doos van Pandora opentrekt in de vorm van bijvangsten. Hele leuke bijvangsten.

Het begint al bij NGC3610. Dit mooie rond stelsel is al meteen een pak groter dan in Leiden, de halo strekt zich behoorlijk ver uit. Skysafari laat in de buurt nog meer stelsels zijn, en ik ga die eens proberen. En verhip, PGC34602 is te zien. Heel zwak dan wel, maar het stelsel uit de Principal Galaxies Catalogue beweegt onmiskenbaar als vlekpit mee met het beeldveld.
Verderop is NGC3613 net zo ovaal als in Leiden maar duidelijker en groter. Opvallender is echter naaste buur NCG3619, die vanuit de achtertuin maar netaan te detecteren was, en hier gewoon helder en duidelijk. Wat zichtbaarheid betreft doet hij nu vreemd genoeg niet onder voor zijn twee buren: een grote ronde vlek met een heldere pit.

Mooi. Dan verder naar die twee stelsels die zondagavond thuis niet wilden lukken. NGC3631 is rond en groot, ook weer meteen heldere kern. Maar daar blijft het niet bij, ook dit stelsel wordt volgens Skysafari vergezeld door een Pluis voor Grote Centrimetrages. En deze PGC34855 is best wel duidelijk ook. Hier hebben we het dus niet over detecteren maar gewoon perifeer zien: ook weer een rond stelsel met heldere pit. Ook de buurman een huis verderop, NGC3657 wil mee op de foto en laat zich in vergelijkbare hoedanigheid zien.

Tenslotte gaat de reis door naar mijn vijfde en laatste Herschelpluis deze avond. NGC3729 is in het widefield-beeldveld al snel gevonden maar opvallend is ook buurstelsel NGC3718, dat eigenlijk nog helderder lijkt en misschien wel is. En dit paar is echt heel indrukwekkend, zeker als ik de vergroting met de 8 mm Planetary nog opvoer naar 225x. Twee felle vlammen branden vanuit een ster respectievelijk een dubbelster. Dit is echt een aanrader, dit paar is absoluut de moeite waard.

Maar dit beeldveld heeft nog een verrassing in petto. Skysafari laat ten zuiden van NGC3718 een kleine groep UGCs en PGCs zien. Hmmmm, yummy. Daar moet ik meer van weten. Op de vergroting van 225x denk ik eerst een ster te zien. Maar die ster is er niet, en als ik weer kijk zie ik iets wat lijkt op één stelsel. Verder perifeer kijken laat uiteindelijk duidelijk twee heldere niet-stellaire pitten zien. Op een gegeven moment lijken het er heel even drie of vier te zijn, maar dat vind ik te onzeker om te kunnen bevestigen. Verder doorvergroten zit er helaas niet in omdat de motor van mijn volgplatform de geest heeft gegeven. Een nieuwe motor is al besteld bij Jimmy en ook al keurig geleverd maar helaas heb ik nog geen tijd gehad om deze te installeren. Inmiddels heb ik dit gedaan op een regenachtige zaterdag hier in Grandpré, maar dat is pas over drie dagen. Ik probeer het nog met de 4 mm Plössl maar dat sleutelgat is echt te klein om zonder volgplatform met enig fatsoen te kunnen waarnemen. Dit cluster gaat dus nog eens opnieuw onder het mes bij hogere vergroting.

Natuurlijk vraag ik me af of dit cluster nog een naam heeft. Dat blijkt het geval, sterker nog, het heeft twee namen: Hickson 56 en Arp 322. Hickson 56 is het hele cluster, bestaande uit PGC35609, drie stelsels die volgens Skysafari alle drie UGC6527 heten en dwars daarop het edge-on-stelsel PGC35631. Arp 322 is de eerste vier stelsels, zonder die edge-on. Het galaxycluster staat overigens ook gewoon onder die twee namen in de IDSA, aangegeven met een x. Overigens blijken de drie UGCs 6527 volgens een andere bron wel degelijk een eigen naam te hebben: van west naar oost respectievelijk PGC35615, PGC35618 en de echte Uppsala Galaxy Catalog nummer 6527. Ik weet niet zeker welke ik nu heb gezien maar ik vermoed het laatstgenoemde Smörrestälsel en PGC35609.

Inmiddels ben ik met ArnoM als laatste overgebleven en het is half een. Om het kruit voor Grandpré nog enigszins droog te houden besluiten we er een eind aan te breien. Wel merkt ArnoM nog op dat het soms toch nog wel lastig is om sterren te herkennen. We zien een heldere ster opkomen in het oosten, die ik eerst voor Jupiter aanzie, maar het blijkt Vega te zijn. Tussen de bomen door zie ik net de rest van Lyra onder de herbivoorster hangen. Het spel “Welke ster is dat” blijft altijd boeien. Ook als je al een paar jaar waarneemt.

Deze avond was de moeite waard, to say the least. Ik ben blij dat ik ben gegaan, deze sessie was Echt Heel Leuk. Voor herhaling vatbaar.